Chateauroux
La Villonnière b&b ligt in het departement de Indre. Chateauroux is de hoofdstad van de Indre en ligt op 45 minuten rijden van de b&b. Het is mogelijk om een rondwandeling in Chateauroux te maken met behulp van Wivisites.com. De stad heeft ons plezierig verrast.
De wandeling begint op de Place de la République. Een naam die vele centrale pleinen in Frankrijk hebben. Hier is ook meestal het stadhuis. Zo ook in Chateauroux. Geen mooi gebouw. Het is gebouwd in de jaren 70. In ons kleine dorp heet het stadhuis “Mairie”, maar in de grotere plaatsen wordt het “Hôtel de Ville” genoemd. Ik denk dat er heel wat buitenlanders naar binnen zijn gestapt op zoek naar een kamer om te overnachten.
Aan dit plein ligt ook de Office de Tourisme in het geval je extra informatie over de stad of zijn activiteiten wilt hebben. Overigens spelen verschillende evenementen zich op dit plein af.

Het volgende punt op de wandeling is de kerk van Notre Dame. Al van afstand zagen we het gouden beeld van de Maagd Maria bovenop de koepel. De bouw van de kerk begon in 1877. Dus een relatief nieuwe kerk, maar wel mooi van binnen.
Als je langs de kerk loopt, kom je vanzelf op het plein Roger-Brach. Dit plein werd aangelegd op een gedempte gracht die vlak naast de verdedigingsmuren liep. Die muren waren onderdeel van het kasteelcomplex van Château Raoul die tevens grensde aan een van de belangrijkste stadspoorten, de Porte Neuve of Porte Poitevine.

Hoofdstad van de Indre
Dat Chateauroux de hoofdstad is van de Indre kun je merken aan de prefectuur – het bestuur van de provincie – die een goed beveiligd gebouw heeft aan dit plein.
Aan een andere zijde van het plein ligt een park met het kasteel Raoul. (Zie foto bovenaan deze pagina.) Helaas stonden er grote hekken omheen. Dus konden we niet dichterbij komen. Maar ik heb ontdekt dat je op de website van Chateauroux Metropole een virtuele tocht door het kasteel kan maken, een beetje zoals street view. Zie het hier.
Het oorspronkelijke fort, gebouwd door de prinsen van Déols, werd opgetekend in 917. Door de eeuwen heen werd het meerdere keren herbouwd, maar er zijn geen sporen van bewaard gebleven. In 1112 gaf het kasteel van Raoul (Raoul was toen de heer) zijn naam aan het stadje dat het omringde. En zo werd “Château de Raoul” samengevoegd tot de naam Châteauroux.


Op het plein kun je “Les Pleureuses” (de treurende vrouwen) bewonderen, een werk van de beeldhouwer Ernest Nivet (1871-1948), assistent van Rodin, dat de burgers van het departement Indre herdenkt die in de Eerste Wereldoorlog zijn omgekomen.
Het Middeleeuwse Chateauroux
Bij het vervolgen van de route liepen we een oud wijkje in. Het leek wel middeleeuws met keitjes en de 15de eeuwse toren en stadspoort Saint Martin. In de straatjes waren nog enkele 15de eeuwse huizen te zien. We kwamen uit op het Place Monestier. Dit plein werd al vanaf de 13de eeuw gebruikt voor de groenten-, fruit-, kruiden- en bloemenmarkt. In de 19de eeuw werd de oude houten markthal vervangen door een metalen gebouw. Een eeuw later werd het huidige gebouw, Les Halles geopend. Er tegenover staat het voormalige gemeentehuis in neoklassieke stijl die in de 19de eeuw in de mode was. Tegenwoordig is zit hier het Conservatorium.

Langs Les Halles, kom je in de rue Grande. Het karakter van de rue Grande gaat van commercieel naar residentieel en langzaam worden de winkels vervangen door prachtige huizen. Even later lopen we in de Rue des Pavillons, die werd gebouwd langs de lijn van de noordelijke stadswallen die uitkeken over de lagergelegen Rue de l’Indre.

De stadswallen werden in de 16e eeuw verwoest en vervangen door ‘pavillons’, vrijstaande gebouwen die werden gebouwd voor de lakenwevers en rijke kooplieden van de stad. Deze worden nu geïdentificeerd door plaquettes met de namen van degenen die ze vlak voor de Revolutie bezaten. De ‘petite échelle’ trap is een van de doorgangen die door de voormalige vestingmuren zijn gemaakt. Het verbindt sinds de middeleeuwen de Rue de l’Indre (onderaan), met zijn weverijen, leerlooiers en ververs, met de Rue des Pavillons (bovenaan).

Aan het einde van de straat kom je bij Hôtel Bertrand. Dit was het familiehuis van generaal Bertrand, één van Napoleon’s generaals. Hij is hier in 1844 gestorven. Zijn beeld staat op de binnenplaats. Het prachtige huis is in 1901 aangekocht door het stadsbestuur en sinds 1921 is hier het stedelijk museum gevestigd met zijn uitgebreide collecties.
Franciscaans klooster in Chateauroux
Het volgende prachtige gebouw is een klooster. Volgens de overlevering nam Guillaume I de Chauvigny bij zijn terugkeer van de kruistochten broeder Bonencontre mee, een collega van de heilige Franciscus van Assisi. Men denkt dat het Broeder Bonencontre was die in Châteauroux in 1214 een klooster stichtte voor de Minderbroeders. Het instituut bestond al in 1250. Het bloeide snel en in de 15e eeuw woonden er 50 broeders. De gebouwen werden in de 16e eeuw door de protestanten in brand gestoken. Tussen 1975 en 1978 werd het gerestaureerd. Het is een typisch franciscaans gebouw uit de 13de eeuw: een kale, sobere kerk, maar samen met de heraangelegde terrastuinen en kloostergebouwen is het het enige 13de eeuwse complex in zijn soort in Frankrijk.

Staatslieden
Aansluitend kom je op Place Saint-Hélène zo genoemd ter ere van generaal Bertrand, die Napoleon Bonaparte vergezelde tijdens zijn ballingschap op het eiland Sint-Helena. Op het plein een bronzen beeld van de generaal met in zijn hand een stuk papier waarop staat: “Dit is mijn testament: getekend door Napoleon”.
Als we onze route vervolgen, komen we op Place Gambetta, vernoemd naar een Frans staatsman die in de 19de eeuw uit een door Pruisen omsingeld Parijs ontsnapte met een luchtballon.
In de 18de eeuw werden in veel provinciesteden wandelpromenades met bomen aangelegd. Zo ook in Chateauroux. Waar vroeger een gracht was en na het dempen hiervan nog een tijd een veemarkt, werd een plein met bomen aangelegd. Aan de oostelijke kant staat een monument voor de inwoners van de Indre die zijn omgekomen in Frans-Pruisische oorlog van 1870.
In het verlengde van dit plein kom je in de belangrijkste winkelstraat, de rue Victor Hugo. We zagen vele leuke winkeltjes: kledingwinkels, oude kroeg, woonwinkels, chocolateries en een creperie waar ze heerlijke crepes aan het bakken waren. Het is bijna niet voor te stellen dat dit vroeger de doorgaande weg was van Parijs naar Toulouse, totdat de A20 werd aangelegd in de jaren ‘90.
We slaan linksaf door de passage Joséphine de Beauharnais, de eerste vrouw van Napoléon, naar het Place Napoléon. Hier staat een hedendaagse sculptuur van Napoléon met zijn beroemde paard Vizir.
Via Rue de la poste kom je weer terug op het Place de la République.

Klik hier om terug te keren naar de pagina “stadjes bezoeken”.